Werkgroep (neo)adjuvant

 

 

(Neo) adjuvante behandeling bij mamacarcinoom

Adjuvante systemische therapie (behandeling met medicamenten) is een aanvullende behandeling die gegeven wordt in aansluiting op de primaire, locoregionale behandeling (operatie en soms bestraling) om eventuele niet waarneembare uitzaaiingen te bestrijden en de kans op overleving te vergroten. De keuze voor adjuvante therapie is afhankelijk van de klinische kenmerken zoals tumorgrootte en tumorgraad, de aanwezigheid van lymfklier metastasen in de oksel, de leeftijd van de patiënt, eventuele co-morbiditeit en een aantal tumorkenmerken (hormoonreceptoren, HER-2/neu overexpressie). Adjuvante systemische therapie kan bestaan uit chemotherapie, hormoontherapie (bij een hormoongevoelige tumor), immunotherapie (bij HER-2/neu overexpressie) of een combinatie hiervan. Sinds een aantal jaren wordt de prognose van de patiënt met borstkanker bepaald met Adjuvant Online (AOL). Dit programma berust op klinische en tumorkenmerken van duizenden patiënten en werd ook in ons land gevalideerd met 500 Nederlandse patiënten.

Neoadjuvante systemische therapie wordt gegeven vóór een operatie bij een vorm of stadium van borstkanker waarbij vaststaat dat er aanvullende behandelingen nodig zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld over een tumor van meer dan 3 cm of een tumor met al aangedane lymfklieren. Een belangrijke reden om systemische therapie vóór een operatie te geven is het mogelijk verkleinen van de tumor, zodat alsnog een borstsparende operatie mogelijk is of bij een lokaal uitgebreide tumor die moeilijk te opereren is. Een tweede belangrijke reden om systemische therapie voor een operatie te geven is om te zien of deze specifieke systemische therapie werkt. Wordt de tumor duidelijk kleiner, dan is de juiste behandeling gekozen. Heeft de behandeling onvoldoende resultaat, dan kan er voor andere medicamenten gekozen worden waarop de tumor misschien wel goed reageert. Deze tweede reden is ook van groot belang bij het onderzoek van nieuwe middelen bij diverse subgroepen (zoals Her2+, HR+ of TNBC). 

 

Doelstelling

De werkgroep heeft de ambitie om een breed portfolio aan studies te bieden voor de verschillende subtypen mammacarcinoom
in zowel adjuvante als neoadjuvante setting.Studies hebben bij voorkeur een sterk translationeel karakter met de mogelijkheid tot het analyseren van weefsel- en bloedsamples voor identificatie van prognostische en predictieve factoren. Tevens wordt eraan gewerkt om tijdens neoadjuvante behandeling vroege maten voor responsbepaling te ontwikkelen door middel van beeldvorming, biopten en waar mogelijk gebruik te maken van nieuwe technieken zoals liquid-biopsies. In adjuvante setting wordt de toegevoegde waarde van een nieuwe behandeling voor de in beginsel gecureerde patiënt zorgvuldig afgewogen. Hierbij is er een voorkeur voor middelen die in gemetastaseerde setting een duidelijk effect hebben laten zien, liefst op algehele overleving. Dergelijke afwegingen hebben er in 2018 toe geleid om de PERIDENO-studie, een exploratieve studie om de impact van denosumab te bepalen op de systemische immuniteit en het lokale immunologische micromilieu bij postmenopauzale patiënten met HER2-negatieve borstkanker, niet verder op te starten, ondanks de nog steeds zeer interessante exploratieve vraagstelling. Reden hiervoor waren de tegenvallende D-Care-resultaten die in 2018 bekend werden en waar onvoldoende toegevoegde klinische waarde voor het behandelen van patiënten met denosumab in deze setting werd gezien.

De werkgroep nodigt alle BOOG-leden en andere geïnteresseerden van harte uit om met nieuwe studievoorstellen te komen.


Lopende studies

De neoadjuvante studie voor patiënten met luminale borstkanker (NEOLBC) van J. Kroep (LUMC) en S. Linn (NKI-AvL) is medio 2018 van start gegaan. Deze studie beoogt te onderzoeken bij wie chemotherapie kan worden vervangen door een minder toxische CDK4/6-remmer plus hormonale therapie. In de TRAIN-3-studie van G. Sonke (NKI-AvL) zullen patiënten met een HER2-positieve tumor neoadjuvante chemotherapie met gelijktijdig dubbele HER2-blokkade met trastuzumab en pertuzumab worden behandeld. Op basis van beeldvorming wordt bekeken of het aantal kuren kan worden gedeescaleerd. Het primaire eindpunt is drie jaar event-free survival (EFS). De tijdens SABCS 2018 gepresenteerde resultaten van de KATHERINE-studie met T-DM1 gaven direct aanleiding tot een discussie op de BOOG-avond met betrekking tot een mogelijk amendement voor de TRAIN-3-studie, waarbij behandeling met T-DM1 wordt geïncorporeerd. De lopende studies en studies in follow-up met resultaten worden afzonderlijk toegelicht in de navolgende sectie.

 

Vergaderingen

De werkgroep vergadert gemiddeld 4 keer per jaar via een teleconference en komt 2 keer per jaar bijeen.  

Presentaties

De werkgroep presenteert haar jaarplan, studieportfolio en nieuwe studievoorstellen op de plenaire BOOG vergaderingen die 2x per jaar plaatsvinden. De presentaties van het afgelopen jaar zijn te bekijken op het tabblad ‘Home - bijeenkomsten en documentatie' van deze website.